Wat als je getroffen wordt?
Op 14 mei kwam het bericht dat er vogelgriep was vastgesteld op een leghennenbedrijf in Biddinghuizen. Om te voorkomen dat de ziekte zich uit kon breiden over de vijfentwintig commerciële pluimveebedrijven die in de buurt gevestigd zijn, is er direct een beperkingszone van tien kilometer ingesteld en werden alle 55.000 hennen geruimd.
Het ging hierbij niet om het bedrijf van Salomons, zijn leghennenbedrijf viel zelfs net buiten de beperkingszone. Het is hem, in de ruim 20 jaar dat hij in ‘de eieren’ zit, nog nooit overkomen. Hij stapte in 2004 over van vleeskuikens op leghennen. Op de vraag of hij er niet dagelijks van wakker ligt reageert hij laconiek: “Helaas komt het zoveel voor dat je er wel mee leert dealen.” Toch heeft hij er wel last van. Zodra er in de buurt een besmetting is, komt de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA) in beeld. Zij doen testen, stellen vast dat er een besmetting is en stellen dan maatregelen in om de besmetting zo snel mogelijk in te dammen. Dieren worden geruimd, er komt een transportverbod in de regio en de getroffen pluimveehouder mag pas opnieuw starten als er 28 dagen geen nieuwe besmetting is vastgesteld in de beperkingszone. “Voor ons betekent dat extra werk, omdat we ontheffingen moeten aanvragen voor transport van voer, eieren, verpakkingsmateriaal en mest. Die ontheffing krijg je pas als je kunt aantonen dat je voldoet aan extra strenge hygiënemaatregelen. Zo moeten onze vrachtwagens en materiaal voor iedere rit naar speciale ontsmetstations in Zwolle.” Salomons heeft echter alle begrip voor de maatregelen: “Het is omslachtig, maar wel nodig om uitbreiding te voorkomen.”
Een legkip wordt gemiddeld honderd weken oud. Als er twee opvolgende dagen meer dan een half procent uitval is, of een verdrievoudiging ten opzichte van de week ervoor, moet verplicht de NVWA ingeschakeld worden. Salomons heeft op zijn locatie in Biddinghuizen zo’n 150.000 leghennen rondscharrelen. Als er dus twee dagen achter elkaar meer dan 750 het loodje leggen, moet er gebeld worden. Dat lijken enorme aantallen, maar je kunt, volgens Salomons, de weken van een kip vergelijken met de jaren van een mens. “Wij hebben dus heel wat 100-jarige dametjes rondlopen, daar vallen er bij mensen ook heel wat van om, als ze het al halen”.
Als leek denk je misschien dat er na die 28 dagen direct weer aan de slag gegaan kan worden. De praktijk blijkt weerbarstiger. “Er is een groot tekort aan leghennenfokkers”, legt Salomons uit. “Het is dus niet zo dat er ergens eventjes 55.000 leghennen op een voorraadplank liggen”. En je kunt ze pas bestellen als je zeker weet dat je weer van start mag. Het duurt dan zomaar vier tot zes maanden voordat je weer een schuur vol eieren leggende kippen hebt.
Een getroffen boer zit dus, zelfs als alles meezit, zomaar een half jaar zonder inkomsten. “De eerste paar dagen ben je nog druk met opruimen, schoonmaken, maar daarna zul je toch je personeel op non-actief moeten zetten”, zo weet Salomons. Als sectorhoofd bij de Unie van Pluimvee Producenten, is hij in gesprek over het opzetten van een collectieve verzekering. Het is in Nederland op dit moment eigenlijk niet mogelijk je te verzekeren tegen de kosten van een vogelgriep uitbraak. Vanuit het Diergezondheidsfonds, waar iedere pluimveehouder jaarlijks aan mee betaald, krijgen getroffen boeren wel de dagwaarde van de te ruimen kippen uitbetaald. “Dat is fijn, maar weegt lang niet op tegen de kosten.”
Is besmetting wel te voorkomen?
Besmetting met het virus is moeilijk te voorkomen. “Het is een beetje een kip-ei-probleem”, zegt Salomons met een lachje. “Consumenten willen graag dat de kippen lekker vrij buiten scharrelen. Maar juist daar lopen ze het risico besmet te worden door zieke wilde ganzen of eenden. Ook wij zien de kippen het liefst buiten lopen. Het scheelt ons drie cent per ei, of ze biologisch zijn, of slechts als ‘vrije uitloop’ verkocht kunnen worden. Met een productie van zeventig- tot tachtigduizend eieren per dag, gaat dat om een heleboel geld.”
De pluimveehouder probeert het terrein zo schoon mogelijk te houden en oninteressant voor wilde vogels. “We hebben, op de sloten na, geen water op ons terrein. We houden het ook zo open als maar kan, zodat er voor de ganzen geen beschutting is tegen roofvogels en ze minder snel durven te gaan foerageren.” Het is steeds duidelijker dat het virus niet alleen via contact wordt overgebracht. Het kan ook door de lucht. In de praktijk zie je wel weleens een uitbraak die zo lokaal in een schuur is, dat je de verantwoordelijke luchtsluis kunt aanwijzen. Er zijn ondertussen vaccins in ontwikkeling die goed lijken te werken tegen de twee meest voorkomende varianten van de vogelgriep. Maar in Nederland is daar nog wel weerstand tegen, onder andere omdat na een vaccinatie het lastiger te zien is of de virusdeeltjes in het bloed van het vaccin zijn, of van een echte besmetting. “We lopen nog steeds wat achter de feiten aan, tegen die tijd dat we met die vaccins aan de slag gaan, kan er alweer een nieuwe mutatie zijn.”
Mooi beroep?
De zoon en dochter van Salomons werken ook in het bedrijf, net als zijn vrouw. Op de vraag of het aan de eettafel vaak over de bedrijfsrisico’s gaat, heeft Salomons een duidelijk antwoord: “Wij zijn niet het stereotype pluimveebedrijf. We werken gewoon op kantoortijden, hebben ontzettend veel geautomatiseerd en verkopen niet alleen eieren, maar ook gedroogde mest, technische apparatuur en zijn zelfs bezig met een transporttak. Als gezin hebben we daardoor ook ruimte voor vrije tijd en zijn we niet alleen maar met het bedrijf bezig. Dat helpt ook om niet constant met de angst voor een virusuitbraak bezig te zijn”.
Er zijn in Polen een aantal heel grote bedrijven getroffen door het virus, terwijl de vraag naar eiwitten juist enorm is toegenomen doordat mensen minder vlees eten én door de proteïnehype van de laatste tijd. De prijs van eieren is daardoor omhoog geschoten. Financieel draait het bedrijf van Salomons heel goed. Zo goed, dat het plan nu is dat zijn kinderen het bedrijf in 2027 gaan overnemen. “Ik heb ontzettend veel respect voor melkveehouders. Die moeten iedere dag heel vroeg op om te melken en zijn eigenlijk nooit vrij. Daarbij wegen hun bedrijfsrisico’s nauwelijks op tegen de moeite en inkomsten, dat is bij ons echt wel anders”.





085-0298980