Flevoland en de noordelijke provincies gaan proberen zelf samen 40 miljoen euro per jaar te sparen als bijdrage aan de Lelylijn. Dat is de beoogde nieuwe spoorlijn die de Randstad met het Noorden (Groningen) moet verbinden via Lelystad en Emmeloord. Verder gaan de provincies bij andere partijen op zoek naar geld. Er wordt een fonds opgericht, het Sparend Gebiedsfonds Lelylijn.
Ze reageren daarmee op een financieel advies dat voormalig president van De Nederlandse Bank Klaas Knot eind januari heeft opgesteld. Knot stelt voor dat Rijk en andere betrokkenen 400 miljoen per jaar gaan sparen voor de de snelle spoorverbinding van de Randstad via Lelystad met het noorden. De aanleg wordt begroot op 14,5 miljard. Dat geld is er niet, maar omdat de aanleg een langetermijnkwestie is, zou dit een oplossing kunnen zijn.
Knot adviseert tien procent financiering buiten de schatkist om. Een regionale investeringswerkgroep gaat daarmee nu aan de slag. Onder andere worden mogelijkheden uitgewerkt waarbij het bedrijfsleven en Europa kunnen bijdragen.
Nedersaksenlijn
Knot sprak gisteren met de betrokken provincies en gemeenten. Hij trad 1 oktober vorig jaar aan als wat genoemd wordt gezant van de Lelylijn. Hij nam daarmee de taak op zich mogelijkheden voor de financiering van de lijn te onderzoeken. Het Rijk had eerder 3,4 miljard gereserveerd, maar het vorige kabinet besloot vorig jaar daarvan 1,9 miljard te steken in de Nedersaksenlijn, de snelle verbinding van Groningen met Enschede via Emmen, die sneller kan worden aangelegd. De bedoeling is dat die in 2035 klaar is.